Interview: Rust, eenvoud en gelach bij de kameelrijschool
Geplaatst op 6 december, 2011 – 15:44 |
NIJMEGEN – Dat kameel rijden een vak apart is, bewijst de 51-jarige Marion Meulenbroek. De geboren Haarlemse gaat twee keer per jaar naar de Sinaï-woestijn in Egypte om kleine groepen mensen les te geven in het omgaan met – en rijden op een kameel. Sinds 2009 verzorgt Marion met Hadiya Reizen, een stichting die ze zelf oprichtte, trektochten door de Sinaï en runt ze op die manier een kameelrijschool. Marion woont nu in Nijmegen en studeerde ook in deze stad af. In 1985 om precies te zijn, rondde ze haar studie af op de Radboud Universiteit. Een interview met Marion:
Gelijk verliefd
“In 2008 ging ik voor het eerst naar de Sinaï en maakte ik kennis met de Bedoeïenen”, vertelt Marion. De Bedoeïenen zijn nomaden die in het Midden-Oosten en in het noorden van Afrika leven. Toen Marion eenmaal in de Sinaï was geweest, wist ze het zeker: “Ik werd gelijk verliefd op de omgeving, de Bedoeïenen en op de kamelen natuurlijk. Hier wilde ik graag vaker terugkomen. Daar leerde ik ook kameel rijden.” Marion leerde de kneepjes van het vak op een bijzondere manier. “Ik vond iemand die tien dagen lang met me door de woestijn trok. Het was een intensieve en eigenlijk harde leerschool. Ik heb er enorm veel van opgestoken en denk er met plezier aan terug. Maar mijn doelstellingen waren zo anders dan die van de gemiddelde deelnemer. Het was een beetje als ontgroenen, maar dat heeft ook wel wat. Ik ontdekte al snel dat dit in het algemeen niet voor ieder een even prettige manier van leren is.” De daaropvolgende keer in de Sinaï ging ze opnieuw een aantal dagen op pad, met weer een Bedoeïen. Dit keer was het toch minder onprettig: “Van deze man heb ik heel veel geleerd. De manier van lesgeven gaf me zo’n positief gevoel, dat ik alsmaar enthousiaster werd. Maar ik wilde meer”, legt Marion uit. Een nieuwe periode brak vervolgens aan: samen met deze Bedoeïen die Musa heet, kwamen ze met het idee om hun kennis over het omgaan met kamelen door te geven.
Beginnen met gelach
Het bleek een schot in de roos: Musa was vooral degene met de ervaring en Marion kon de cultuurkloof overbruggen, door Musa uit te leggen welk beeld Europeanen hebben van de kameel. Zo vanzelfsprekend als het dier namelijk voor de Bedoeïenen is, zo onbekend is het voor de Europeanen, iets dat Bedoeïenen volgens Marion moeilijk kunnen bevatten. “In het begin gebruikte ik een foto van een olifant in de dierentuin als voorbeeld. Musa reageerde dan verbaasd en vroeg zich af hoe je in hemelsnaam op een olifant kon klimmen om er op te rijden. Musa en andere Bedoeïenen snapten het niet en dat gebruikte ik om te spiegelen: zoals zij tegen de olifant aankeken, zo kijkt het grootste deel van de Europeanen naar de kameel.” Bedoeïenen moeten zich eerst kunnen inleven in de nieuwsgierige reiziger, weet Marion. “Anders wordt het een stuk lastiger om uit te leggen hoe je een kameel verzorgt en berijdt. Na het voorbeeld van de olifant ging gelukkig direct de knop bij ze om. Dat was echt mooi om te zien. Nu ben ik de bedenker van de programma’s en voeren we het samen uit.” De eerste dag van de bijzondere reis begint altijd met aftasten. Een kameel leren kennen is namelijk belangrijk, meent Marion. Op die dag is alles vrijblijvend: foto’s maken, kijken of de kameel het prettig vindt om aangeraakt te worden bijvoorbeeld. Standaard is het geven van informatie aan de reizigers. Over de omgeving, over de Bedoeïenen en natuurlijk alles over kamelen. “Maar er wordt vooral veel gelachen in het begin”, vult Marion aan.
Klimmen en pasjes
Met alleen aftasten ben je er nog niet, maar zomaar op een kameel klimmen en zien waar het eindigt, werkt ook niet. Marion begint daarom altijd met de basis: zitten. De reizigers doen allemaal een zitoefening, waarbij ze er op moet letten dat ze volledig ontspannen zitten. “Om op een kameel te rijden, moet je eerst leren om in totale rust te zitten. Dat betekent dat je eerst even zit in kleermakerszit om de zitbotjes te voelen. Daarna wordt er pas gekeken naar al het klimwerk bij de kameel. We bouwen dit rustig op, omdat het belangrijk is dat iemand ook gaat wennen aan de kameel en andersom.” Na het klimmen lijkt het verdacht veel op paardrijden, als Marion vertelt wat er nog meer uitgelegd wordt aan de reizigers: “Niet alleen het op- en afklimmen, maar ook het van richting veranderen. Links, rechts, stoppen en weer doorgaan: aan alles wordt aandacht besteed.” Niet alleen de rijvaardigheden, maar ook veel ander zaken worden uitgelegd. Het bepakken en opzadelen van de kameel is één van die zaken, maar men wordt zich ook bewust gemaakt van de non-verbale communicatie die afgegeven wordt naar de kameel. “Die dieren voelen dat heel goed aan. Kamelen kunnen heel angstig zijn, bijvoorbeeld bij het lopen over nauwe pasjes. Als de persoon rust uitstraalt, neemt de kameel dat sneller over.” Wie bang is dat het hem of haar niet zo goed afgaat, kan gerust ademhalen. In het programma is namelijk altijd voldoende tijd vrijgemaakt voor ontspanning. De reis is niet puur bedoeld om kameel te leren rijden, ook de kennismaking met de omgeving en de Bedoeïenencultuur is onderdeel van het programma.
Zina en Maryam
Marion was zelf ook in het bezit van een kameel: Zina. “Het was een prachtig dier. Helaas overleed ze toen ze acht jaar was aan een koliek: darmproblemen. Ze heeft wel een jong gekregen, dat naar mij is vernoemd. De Bedoeïenen hebben het jong, ietwat gewijzigd, Maryam genoemd, vertelt Marion met een glimlach van oor tot oor. Voor een jonge kameel is het belangrijk dat het angsten overwint, zoals het lopen over kleine pasjes. “Maryam wordt verzorgd door de Bedoeïenen, maar zelf heb ik geen eigen kameel. Ik kan me nog niet daartoe zetten. Zina was zo’n fijn dier en ik heb verder nog niet die ene klik met een andere kameel. In de toekomst hoop ik wel een kameel echt voor mezelf te hebben. Die verzorg ik dan helemaal zelf.”
Gek op mobieltjes
“Ondertussen voel ik me helemaal thuis in de Sinaï bij de Bedoeïenen. Ze weten goed hoe ze met de kamelen om moeten gaan en ze houden vooral van een ontspannen omgang. In onze trektochten zijn ‘eenvoud’ en ‘rust’ ook de kernwoorden. We willen de reizigers iets van de rust meegeven die de Bedoeïenen ook ervaren.” Qua beeldvorming komen Europeanen er bekaaid van af: een stel bloot geklede, areligieuze mensen, weet Marion. Toch zijn Bedoeïenen niet helemaal vreemd van het westerse leven: “De Bedoeïenen zijn in feite gek op slechts drie dingen: een goede four-wheel drive (Jeep), kamelen en supermoderne mobieltjes. Ze kunnen geen genoeg krijgen van die kleine apparaatjes, want ze bellen wat af met z’n allen.” Tijdens de verschillende reizen in de Sinaï heeft Marion op een leuke manier kennis mogen maken met de Bedoeïenen. “Juist dat stukje cultuur, wat slechts een klein deel is van die grote Arabische en islamitische cultuur, kunnen de reizigers ervaren tijdens de trektocht. Het leuke is dat die reizigers man en vrouw, jong en oud, en altijd sportief zijn”, verduidelijkt Marion. Het lijkt een logisch gevolg: een breed publiek voor een breed programma. En het mooiste is dat het rijden op een kameel leerzaam is, maar bovenal een mooie ervaring: “Bij elke reis en elk deel van het programma heeft iedereen schik. En daar doen we het voor”, besluit Marion.
Meer weten over de kameelrijschool, reizen naar de Sinaï of over Marion zelf? Kijk dan op de website van de Stichting Hadiya Reizen: hadiyareizen.nl of kijk op de weblog van Marion: marionmeulenbroek.wordpress.com.

Door Mariska op dec 6, 2011 | Reply
Kameelrijden met Stiching Hadiya Reizen in de Sinai is echt een aanrader. Zelf heb ik in oktober een fantastische reis gehad. We hebben inderdaad veel gelachen, prachtige landschappen gezien en heerlijk gereden op de kameel.