Clochard
Sinds het winter is in Nederland is het koud. Erg koud. Sneeuw, ijzel en ander ongemak. We zijn het ontwend. Die paar sneeuwbuien ontregelde het openbare leven in Nijmegen. Het ergste is dat de strooiwagens en bussen niet uitreden op die ene zondag.
Zwervers moeten verplicht naar binnen tijdens de tweede koudegolf in januari. Uit angst dat zij doodvriezen. Het klinkt als ophokken. Zou een border collie hiervoor speciaal getraind zijn? Wel begrijpelijk overigens. Het is onmenselijk om mensen nu buiten in de kou te laten staan.
Ooit was het traject Nijmegen-Amsterdam met de trein dagelijkse kost. Ik las toen veel (als ik al niet sliep). Ik wilde aan een ander boek van een Russische schrijver beginnen. Maar kreeg mezelf niet tot de zware kost aangezet. Plots komt een oude man tegenover me zitten. Doet zijn schoenen uit. En legt zijn voeten pal naast me op de bank. Fijn. Heb ik weer. Enorme knollen in zijn sokken. Beetje verward. Hij vond het geweldig dat ik las. Maar ik was nog niet begonnen, maar dat kon hij niet weten. Hele verhalen over zijn overleden vrouw. Beetje triest en aandoenlijk tegelijk. Hij haalt hij een paar boeken uit zijn tas en geeft mij deze. Ik wilde ze niet aannemen, maar moest ze accepteren. Die boeken heb ik nog steeds als een herinnering aan deze bijzondere ontmoeting.
Over Gelderse zwervers gesproken. Na een meeting in Zeist zaten een collega en ik ’s avonds in een lege wachtruimte in Arnhem te wachten op onze aansluiting naar Nijmegen. Druk in gesprek zag ik in mijn ooghoek dat er een zwerver binnenkwam. Gelukkig waren er genoeg vrije plaatsen. Hij komt onze kant op. Oh, nee. Hij komt pal naast me zitten. Heb ik weer. Ik bleef stoïcijns met collega doorpraten, maar voelde me behoorlijk opgelaten. Plots zie ik dat meneer in slaap valt. Zijn hoofd gaat richting mijn rechterschouder. Dit vind ik niet grappig. Ik probeer nog stilletjes naar links op te schuiven. In de hoop dat de duffe dodo links van me deze hint begrijpt. Maar langzaam veert Swiebertje al snurkend mee naar links op mijn schouder. Ik heb Swiebertje maar ‘bruut’ uit zijn droom geholpen. En goed wakker geschud.
Nijmegen had een markante ‘clochard’. Peter met baardje die altijd in zijn trenchcoat voor het oude postkantoor aan de Schevichavenstraat stond te bedelen. Nooit opdringerig. Het mooiste wat ik van hem kan herinneren, is het volgende. Ooit zag ik Peter een keer in de zomer voor de HEMA bedelen. Hij loopt weg en komt na ca. 10 minuten weer terug en vervolgt zijn weg. Likkend aan een softijsje.
Angelique