Wietplantage in een seniorenflat
Ik ben heel tolerant als het gaat om relaties tussen jong en oud, en oud en jong. Natuurlijk vraag ik mij wel eens af hoe het later moet als de jongste bijvoorbeeld 20 jaar is en de oudste 50. Wil de jongste van 20, eenmaal 40 jaar geworden, nog wel een relatie met een opa of oma van dan 70?. Toch vind ik dat zo’n relatie kan, ondanks al mijn bedenkingen.
Maar wat te denken van de volgende relatie. Een man van begin 40 leeft samen met een vrouw van begin 90. En zij wonen niet zo maar samen, nee, zij wonen samen in een seniorenflat. Een woning voor hele oude oudjes. Maar goed, dat is nog tot daaraan toe. Al moet je dat wel willen, zo jong wonen tussen zoveel oudjes. Maar dat deze man in die speciale woning voor oudjes een wietplantage is begonnen, dat gaat mij toch echt te ver.
Want stel jezelf voor: je bent als oudje nog uit de tijd dat nog niemand wist wat wiet was. En dan tref je een heel jong vriendje, je klaart helemaal op. En dan blijkt dit vriendje een drugshandelaar te zijn in de laatste jaren van je leven. Zo’n levenseinde wens je toch niemand toe. Een relatie met een drugshandelaar als dieptepunt in je leven.
En verder vind ik het heel bijzonder dat deze jonge dader niet zomaar een wietplantage runt. Nee, deze man die had laten zien dat leeftijd voor hem geen factor was, in een relatie blijkt nu juist degene te zijn die exact 365 dagen, de dagen van dit schrikkeljaar, aan planten had geplant. Dus zou ik zeggen: hij heeft wel heel veel gevoel voor tijd. Maar blijkbaar geldt dat niet voor leeftijd. En ja, hoe dat nu verder moet met hem zonder relatie en zonder wietplantage – want ook zij is intussen niet meer onder ons – dat is de vraag.
Deze column is geschreven door Joan ten Hove